Gepubliceerd op: 26 maart 2020

We zijn het bijna vergeten, maar ooit zijn bedrijven ontstaan vanuit een levendige ruilhandel: jij hebt iets nodig en ik kan het bieden. Door het gebruik van geld is deze grens vervaagd. Je hebt wat over dus je koopt wat – soms ook als je het niet meer nodig hebt. Hoe welvarender, hoe meer de grens van wat echt ‘nodig’ is vervaagt. Juist nu in een tijd die de wereld op zijn kop zet gaan wij weer terug naar de kern. Wat zijn de vitale beroepen? Wat hebben wij echt nodig? Dit is een uitnodiging om mee terug te gaan naar deze kern: wat wil de klant? Waar heeft hij echt behoefte aan? Wat wil hij voor elkaar krijgen – waar je mee kunt helpen?

Het is 1 mei 2020. Welkom in het nieuwe normaal.

Je zwaait even naar de overbuurman, die je kunt zien werken van achter je laptop. Hij werkt ook thuis. Zijn vrouw krijgt een extra dikke kus. Ze gaat weer op weg naar het ziekenhuis, de brandhaard van het virus. Je hebt weer meer respect voor haar gekregen. Zijn telefoon gaat. Hij kijkt haar net iets langer na dan nodig is. Hij zet al bellend zijn kinderen aan het schoolwerk. De oudste jongen, een jaar of 12, pakt zijn huiswerk van de stoep. Vanmorgen bezorgd door de juf met een lief briefje. “Doe je best vandaag, ik heb er wat lekkers bij gedaan voor het rekenen.” De vader ijsbeert terwijl hij belt, hij kijkt op en ziet je staan.

Je ziet nu ook beweging op rechts. Je oude buurvrouwtje gluurt van achter het gordijn. Iedere dag zie je de gordijnen een beetje later open gaan. En ietsje vroeger weer dicht. Niet meer naar de bingo. Geen kleinkinderen meer over de vloer. Je zwaait. Ze doet net of ze je niet ziet en trekt snel het gordijn dicht. Je moet er een beetje om gniffelen, want je ziet haar nog duidelijk staan. Kijkt ze dan nu toch terug van achter het gordijn? Ja, ze kijkt op en ziet je staan.

De derde buur ontwaakt. Jullie zwaaien net als iedere ochtend en je playbackt: “Alles goed?” Ze doet een dansje en steekt haar duim op. Ze pakt haar kopje thee en de I-pad en gaat in haar joggingpak op het balkon zitten. Ze belt met haar moeder. De dagen duren lang en even kletsen helpt. Alleen is nu ook maar zo alleen. Zwaailichten kondigen de komst van de vuilnismannen aan. Je blijft even staan. Daar is hij dan: de enige vuilnisman die een lach op haar gezicht krijgt. Ze kijkt op en ziet je staan.

Aan de andere overkant blijven de gordijnen dicht. De vader staat onder spanning. Zijn onderneming heeft het niet overleefd. De voedselbank is ineens een optie geworden. Je ziet haar steeds vaker zachtjes huilend op het balkon staan. Zo dat niemand het ziet. De baby is wakker. Je hoort het gehuil. De deur slaat dicht. Niet veel later zie je haar vertrekken met baby en boodschappentas. Even een rondje om. Het wekelijkse uitje naar de supermarkt. Even lucht thuis. Hij steekt een sigaret aan op het balkon. Hij kijkt op en ziet je staan.

Dan gaat de bel. De postbezorger zwaait en zet het pakketje voor de deur. Daar wachtte je op. Je scheurt de doos open tot een groot vel en schrijft met je merkstift. Je zet de deur van je balkon open, muziek aan. Je doet twee stappen naar voren. Ze kijken allemaal naar je. Je hebt de aandacht en laat het bord zien:

“Hoe kan ik helpen?”

Een eenvoudige vraag. Klanten zeggen niet wat ze doen en doen niet wat ze zeggen. Verdiep je in hun nieuwe belevingswereld, Formuleer de juiste vragen, zodat je een goede inkijk krijgt in nieuwe businessmodellen. En ga het dan gewoon doen. Faal. Leer. Want alles wat je dacht te weten van klanten, is nu anders. Prioriteiten zijn veranderd, behoeften gewijzigd. Men doet dingen die men normaliter niet zou doen, maar nu geforceerd worden. Dit is de nieuwe realiteit. Dit is het nieuwe normaal. Pas zodra je dit echt omarmd, kom je tot inspirerende oplossingen.

Oplossing 1: De raamspelen

Combineer de behoefte van de overbuurman en het oude vrouwtje en ontwikkel De raamspelen. Dit zijn fysieke, educatieve spellen die je op het raam kan bevestigen met zuignappen. Zo kan het oude buurvrouwtje op het raam een spel op afstand spelen met de kinderen van de overbuurman. En daarbij helpt ze hen door het educatieve karakter ook nog eens met hun schoolwerk.

Waarom het werkt? De overbuurman wil ondanks de aandacht die hij aan zijn bedrijf moet besteden zijn kinderen de aandacht geven die zij nodig hebben nu hun moeder veel aan het werk is en zorgen dat zij niet achterlopen met school. Het oude buurvrouwtje wil zich gezien en geliefd voelen. Het zou haar helpen als ze de dagen nuttig door kan komen zodat ze het gevoel heeft dat ze er weer toe doet.

Oplossing 2: De app ‘Eet je mee’?

De single overbuurvrouw gaat samen met haar vrienden eten. In de app maak je een vriendengroep aan, waarna je een gerecht selecteert. Degene die hetzelfde gerecht kiezen gaan met elkaar eten – samen koken en dit vervolgens samen al kletsend opeten. Net zoals normaal, maar dan op afstand.

Waarom het werkt? Het is niet zo dat deze overbuurvrouw geen vrienden heeft en contact zoekt. Het is vooral dat haar vrienden allemaal midden in het gezinsleven zitten of met een partner zijn en daardoor altijd even iets kwijt kunnen over hun dag. Zij hebben altijd iemand om mee te eten. Nu ze zo lang alleen zit, mist ze dat behoorlijk. Via de app schuift ze gewoon aan.

Oplossing 3: start-up hotel

Het gezin met de gesloten gordijnen, hartverscheurend. Je tovert jouw ‘normale hotel’ om tot een plek waar dit soort ondernemers pur sang een nieuw bedrijf kunnen ontwikkelen. Iedere kamer wordt een afgesloten werkruimte, zodat contact wel nog wordt vermeden. Maar je biedt even tijd en ruimte om na te denken. Ook zorg je voor verwerking: er staat een coach en een psycholoog digitaal tot hun beschikking. Dit kan door een risicovol verdienmodel: zolang ze geen winst maken, hoeven zij niks te betalen. Maar zodra zij winst maken, krijg jij een percentage.

Waarom het werkt? Hij voelt zich mislukt. En in de kleine ruimte die zij tot hun beschikking hebben heeft hij niet genoeg denkruimte om dit te verwerken. De ondernemer in hem wil niets liever dan iets nieuws starten, maar hij moet eerst rouwen om wat hij heeft verloren. Zo creëert hij ruimte voor een nieuwe stap en krijgt hij nieuwe energie om hiermee aan de slag te gaan. Het zorgt nu niet voor eten op de tafel, maar met zijn ondernemingskracht snel wel weer.